Onze geschiedenis

in het jaar 2007 zijn wij gestart met de aanleg

Op zoek naar rust en ruimte om onze hobby te kunnen uitoefenen streken wij in september 2007 neer in Kraggenburg. Wij vielen in eerste instantie niet voor het huis, maar eerder voor een aantal beeldbepalende bomen en zagen vooral de mogelijkheden die het huis en het erf boden. Dat gold ook voor de ‘fruittelers’-tuinschuur op dit erf, die voor ons niet te groot en niet storend was.

De overgang was groot: van een perceel van nog geen 300 m2 naar een erf van 6300 m2. Het was ons gelukt om het oorspronkelijke erf van 3000 m2 uit te breiden doordat de buurman (fruitteler) juist het fruit daarop had gerooid en bereid was een klein stukje van zijn boomgaard te verkopen. Door deze uitbreiding kwam het huis midden op het erf te staan. Daarbij gaf het nieuw aangekochte gedeelte dat geheel kaal was, ons de kans hier helemaal in onze stijl een tuin aan te leggen.

We zijn daarbij in het voorjaar van 2008 gestart om ook dit gedeelte van het erf te voorzien van een voor de Noordoostpolder kenmerkende windsingel. Over een afstand van zo’n 190 strekkende meters is een vijf meter brede singel ingeplant. De windsingel is in drie rijen aangeplant: middenin de bomen en aan weerszijden heesters, waarbij vooral is bepaald welke soorten dienen als ‘blijvers’ en welke als ‘wijkers’.
Hoog op ons wensenlijstje stond een boomgaard, een vijver en een prairietuin. We zijn gestart met de boomgaard, waarin een aantal halfstam peren- en appelbomen zijn geplant alsmede een aantal pruimenbomen en sinds kort een rode walnootboom. Daarna hebben we in dit gedeelte een nieuwe voortuin en een deel in cottagestijl (met prieel) aangelegd. In deze gedeeltes staan in verhouding veel ‘oude’ planten en heesters, die we hebben meegenomen uit onze eerdere tuinen en de tuinen van onze ouders.

In 2009 is in het nieuwe gedeelte een vijver van ongeveer 200 m2 aangelegd. Deze heeft een natuurlijke vorm en uitstraling, mede omdat het omzoomd is met turf en keien. Een aantal grote keien dienen daarbij als bruggetje. Het geheel is afgemaakt met een schelpenstrandje, ideaal voor badderende vogels. In de vijver is een moerasgedeelte gemaakt. De rest van de vijver loop in etages naar beneden tot een diepte van uiteindelijk 120 centimeter, voldoende diep om een rode waterlelie te kunnen poten. Met de grond die vrijkwam is dit gedeelte van de tuin iets opgehoogd en zijn drie dijkjes rondom de vijver gemaakt, die ruimte bieden aan planten die graag op iets drogere grond staan. Omgekeerd zijn rond de vijver juist twee stukken natter gemaakt door op een diepte van een meter met landbouwfolie bakken te maken in de grond.

In dat jaar hebben we daarnaast op het oude erf een schaduwtuin aangelegd, onder de grote spekkersenboom, de hele grote treurwilg en de drie cercisbomen. Vlak na de aanleg verdween wel een gedeelte van de schaduw: bij een storm waaide de pruimenboom om.
Begin 2010 zijn we gestart met de beplanting rond de vijver en de aanleg van onze prairietuin. Daarnaast hebben we in die jaren op verschillende nog braakliggende liggende delen een moestuintje gehad. Daarmee zijn we echter gestopt vanwege het intensieve werk, waar geen tijd voor is zolang de siertuin nog niet volledig is aangelegd. Dit temeer, omdat we ieder jaar in onze beide kassen ruim 60 zelf gezaaide tomaten- en enkele komkommerplanten hebben staan, die al de nodige tijd vragen om ze te verzorgen en te verwerken.

In de jaren daarop is op het oude erf bij het huis een zonneterras aangelegd. Bij het plaatsen van een uitbouw en overkapping bij de deur, is ook daar de bestrating vernieuwd. Daar is toen ook ruimte gemaakt voor een klein terrasje. In 2011 is een loofboog voor o.a. rozen, clematissen en een blauwe regen aangelegd: boven het pad, dat voorheen door de boomgaard van de fruitteler liep is over een lengte van 26 meter een boog op een hoogte van twee en een halve meter geplaatst. Daarvoor zijn metalen draagelementen gebruikt, waarop betonijzermatten zijn bevestigd. Als afscheiding tussen het gedeelte in cottagestijl en de boomgaard is daarnaast van hetzelfde materiaal een kleine boog neergezet.

Het daarop volgende jaar is een carport gebouwd. In 2014 is vervolgens een kippenverblijf geplaatst, bestaande uit een nachthok en kippenren. Het nachthok heeft een landelijke uitstraling , dat heel goed op het erf past. De kippen hebben de ruimte: naast de ren is op de boomgaard een uitloop gemaakt van 150 m2, waar ze beschut door de fruitbomen en de windsingel heerlijk kunnen scharrelen.

In datzelfde jaar is de prairietuin uitgebreid. Daarbij is de grond die was vrij gekomen bij de aanleg van de carport, gebruikt om met oude dakpannen een verhoogd gedeelte in deze tuin te creëren voor planten en grassen met een ‘hekel aan natte voeten’.

In 2015 is het gedeelte van de tuin dat grenst aan de keuken en de entree van het huis aangepakt. In dit gedeelte van de tuin is gewerkt met symmetrie. Aan de gevel is een gevelsteen geplaatst met de naam van onze tuin: Pronkjewail op’t Nije Laand (sierjuweel in het nieuwe land, ‘Pronkjewail’ is het Groninger volkslied). Deze tekst is omzoomd door op ieder hoek een afbeelding van een bloem of plant van een verschillend seizoen te plaatsen. In het tuintje zelf is een kleine hunebed geplaatst, van grote keien die op de kavel van ons huis bij de aanleg daarvan zijn gevonden. De tekst op de gevelsteen en de hunebed zijn een verwijzing naar de provincie waar wij geboren zijn (Eiko in Groningen en Eveline in Drenthe), waarbij het begrip ‘nieuwe land’ verwijst naar de Noordoostpolder waar we wonen, dat in 1942 werd ‘gewonnen’ op de Zuiderzee.

In het jaar daarop hebben we de tuin aan het andere gedeelte van het huis, grenzend aan de woonkamer en het zonneterras aangepakt en opnieuw aangelegd. Daarnaast zijn we gestart met wat uiteindelijk een rigoureuze verandering van de oude tuin is geworden: fors uitgegroeide heesters en struiken die deze tuin doormidden deelden, zijn verwijderd. Daardoor kun je nu uitkijken over dit hele gedeelte van de tuin tot aan de oude windsingel en is daardoor ook voor het oog een ruime tuin ontstaan.

In 2017 is in dat zelfde kader een volgende grote stap gezet: de oude thujahaag vóór het huis, die in de loop van de jaren (vanaf 1954 ?) was uitgegroeid tot een haag van twee en half meter hoog en vijf meter breed, alsmede een aantal hele grote sparren en coniferen, een berk en een rode kornoelje zijn met groot materieel verwijderd. Dat gold ook voor de tien oude bol-acaciabomen langs de oprit, waarvan in de afgelopen jaren steeds meer het loodje hadden gelegd. In de plaats is een taxushaag gekomen met een aantal bomen met veel sierwaarde: een rode paardenkastanje, een magnolia en een rode meidoorn voor de bloei en een liquidamber, ginkgo en parrotia persica voor de herfstkleuren.

Tijdens de voorjaarsstorm van 2018 waaide een zes meter hoge, grote thuja in het gedeelte van de tuin rondom het huis om. De thuja had altijd beschut gestaan door de hoge haag en bomen en stond door het verwijderen daarvan nu vol in de wind. Na de eerst schrik was snel duidelijk (zoals vaker het geval is), dat een dergelijke ingrijpende verandering juist kansen bood: het verwijderen van deze grote conifeer verbeterde het zicht op het daarachter gelegen gedeelte van de tuin, waardoor ook de drie cercisbomen beter in beeld kwamen. Met het verwijderen van deze thuja zijn ook een aantal oude grote taxusbollen in dit gedeelte van de tuin alsmede een oude, hele grote, jeneverbes naast het huis gerooid. Deze laatste was aangetast door een schimmel en kreeg steeds meer kale plekken. De oorspronkelijke ronde borders met vooral heesters in het gazon zijn eveneens gerooid en verwijderd. Dit gazon is omgespit en met zanderige grond opgehoogd en vervolgens vervangen. Dit gedeelte van de tuin alsmede de nieuwe voortuin en een gedeelte van de boomgaard wordt nu onderhouden door een robotmaaier.

In het ‘middengedeelte’ van deze tuin is in dat jaar de grote open border die is ontstaan, ingeplant. Daarbij zijn aan de bestaande heesters enkele buxusbollen, meerdere clematissen en veel bloeiende planten toegevoegd.